Fans

24-03-2007 – 12:25

Vanochtend voor dag en dauw ben ik opgestaan. Om 4 uur, om precies te zijn. Ik had al een tas klaar staan met daarin een boek, een trommeltje brood, een banaan, limonade en ik had een thermosfles waarvoor ik alleen nog koffie moest zetten. Keurig netjes gooide ik de koffie over mijn hand (au) in de thermosfles, en een kwartier later - ik moest immers mijn vingers nog onder de kraan houden - vertrok ik met tas en stoeltje richting het dichtstbijzijnde grote postkantoor. Mijn fiets vloog in strak twintig minuten daarheen, en om klokslag 5 uur barricadeerde ik de deur met mijn stoel en tas. Zo, ik was de eerste persoon die Stones-kaartjes zou krijgen. Een meneer die vlak voor me al in zijn auto zat toen ik aankwam, stapte uit en vroeg “kom jij ook voor de Stones?”. Shit, ik was dus tweede.

De meneer nodigde mij uit om ook in de auto te komen zitten, want daar was het veel warmer. Verhalen over enge mannen met duistere bedoelingen die meisjes ontvoeren zaten in mijn achterhoofd, maar toen hij begon over Keith Richards was ik om. Dit was een Stonesfan, die een mede-Stonesfan wilde helpen. Van 5 tot half 8 hebben we in zijn auto zitten praten over Keith, Mick, Ron en Charlie. We bleken meer gemeen te hebben dan de Rolling Stones: hij was ook naar Motörhead geweest, en we waren beide zeer te spreken over het bandje in het voorprogramma daarvan, Skew Siskin. Tegen half 7 zaten we dan ook heftig te rocken in de auto. Met het meebewegen van de auto en de beslagen ramen kan ik mij een goede voorstelling maken van hoe dat er van buiten uit moet hebben gezien.

Om half 8 kwamen twee oudere dames aan, en hoewel we na het zien van vele potentiële Stonesfans dachten dat deze dames andere zaken hadden, bleken ook zij voor de hele familie kaarten te willen kopen. Zij hadden thee, ook stoeltjes en bleken vlakbij te wonen zodat thee bijvullen geen probleem was. Allemaal vertelden we van onze ervaringen met de welbekende bejaarde rockers. Allemaal deelden we onze verbazing over het feit dat Richards nog leeft. Allemaal waren we in de arena geweest en allemaal vonden we dat het elders toch leuker is.

Het werd half 9, en het werd steeds drukker. Ook was er schijndrukte: er was bijvoorbeeld een meneer die alvast zijn klokken een uur vooruit had gezet omdat hij dacht dat dat afgelopen nacht al moest. Ook waren er twee mensen die vonden dat het concert van De Dijk, dat ook om 10 uur begon met de voorverkoop, echt wel in een kwartier uitverkocht zou zijn. Behalve hen was iedereen voor de Stones gekomen. Uiteindelijk deelden 25 mensen met elkaar ervaringen, het lief en leed dat zij hadden meegemaakt met hun favoriete band.

Om 10 uur was het zo ver. We moesten bij een verkoopster reserveren, en daarna bij een andere verkoopster kregen we de kaartjes en moesten we betalen. De meneer voor mij was al geweest, ik pinde net mijn kaartje. Vreemd, alsof we ons schaamden voor ons gedrag, keken we elkaar aan. “Nou, veel plezier op het concert hè,” zei hij. “Jij ook,” zei ik, want ik ben alleen goed in het terugkaatsen van wensen, ik verzin niet zo snel nieuwe. We zeiden gedag, en hij vertrok. Alle andere fans waren opeens, na het betalen, gewone mensen geworden. Ze zeiden alleen nog gedag. Nu weet ik eindelijk wat het is om in de dimensie van fans te zijn, en hoe de schok van de realiteit voelt als je er weer uit stapt.

Maar ik, ik ga naar de Stones. En Keith Richards doet maar gewoon mee, met z’n palmbomen!

Post a Comment