Recensie: Michael Frijda - Ritselingen
15-12-2005 – 17:05Michael Frijda: Ritselingen. Podium, 246 blz. € 19,50
ISBN:9057591073
Debutant Michael Frijda duikt in woud van herinneringen
*** (3/5)
Marjolein Tamis
Na jarenlang gewerkt te hebben als schipper en een aantal losse verhalen te hebben gepubliceerd, heeft Michael Frijda (44) een roman geschreven. In dit aanvankelijk op een sprookje lijkende debuut vraagt de jongen Kareltje zijn vader, een houthakker, om een hert. De houthakker probeert aan deze vraag te voldoen, dus hij doodt een hert en presenteert dit aan zijn zoon. Kareltje reageert emotioneel en verklaart dat hij een levend hert wilde. Sinds dat voorval heerst er een akelige stilte tussen de houthakker en zijn zoontje, die niet opgevuld kan worden met pogingen om een levend hert te vangen. De houthakker bezoekt een oude grijze vrouw die hij als kind al kende en vraagt haar om raad. Zij vertelt hem haar levensverhaal en deze verhaallijnen komen uiteindelijk samen in het heden, waarin een meisje, Janine, het huisje van de houthakker vindt.
Ondanks het sprookjesachtige begin van het verhaal blijkt al snel dat Ritselingen tot een ander genre behoort. Waar in sprookjes de personages meestal oppervlakkig blijven, gaat deze roman in op de gedachten en de psychologische achtergrond van de romanfiguren. Het pijnlijke zwijgen tussen Kareltje en de houthakker is in dit verband betekenisvol, evenals de paniekaanvallen en waanideeën van de houthakker verderop in het boek. Frijda kiest voor de diepgang van de psychologie en gaandeweg voert het sprookjeselement, hoewel nog steeds aanwezig, niet meer de boventoon. Deze verschuiving vormt een aangenaam contrast, dat het boek spannend maakt.
Tegelijkertijd heeft Ritselingen iets kunstmatigs. Zo valt op dat sommige verhaallijnen aanvoelen alsof ze gemaakt zijn om de lezer te shockeren. Frijda beschrijft vaak expliciete scènes met seks en verkrachting. De meeste van deze passages hebben een functie in het boek, omdat ze verklaringen vormen voor schokkende gebeurtenissen binnen het gezin van de houthakker en de problemen die daar een gevolg van zijn. Maar de scène waarin de houthakker in een van zijn waanideeën klaarkomt tegen een opgezet hert, had er wat mij betreft uit kunnen blijven.
Frijda’s beschrijvingen zijn niet altijd passend voor de sfeer van het moment. Vaak somt hij gewoon de feiten op, bijvoorbeeld in een passage over het gemeentehuis van het dorp: ‘De tafel in de vergaderzaal van het nieuwe gemeentehuis was omringd door mannen met stropdassen. Geen van hen zat op een stoel. Ze moesten allemaal staan om goed op de kaart te kijken. Die kaart besloeg de hele provincie.’ Deze statische beschrijving laat niet veel aan de verbeelding over, terwijl enige gemengde gevoelens bij deze passage wel op hun plaats zouden zijn; er wordt namelijk een snelweg midden in het bos gepland. De simpele beschrijvingen en herhalingen van acties zijn ook kenmerkend voor Frijda’s weinig dynamische stijl: de houthakker doet dit, de houthakker doet dat.
De structuur zit wél goed in elkaar: door het contrasterende gebruik van verleden en tegenwoordige tijd wordt duidelijk dat het verhaal zich in verschillende episodes afspeelt. De overzichtelijkheid wordt hierdoor bewaard in een verhaal dat op zijn zachtst gezegd op een puzzel lijkt. De spanning is goed opgebouwd, niet alleen doordat de situatie tussen de houthakker en Kareltje steeds ingewikkelder wordt, maar ook dankzij het verhaal van de oude vrouw. Op het punt waar de verhaallijnen bij elkaar komen, blijkt hoe de levens van de inwoners van het bos verlopen zijn en hoe ze verder zullen gaan. De verhalen die van generatie op generatie worden doorverteld nemen mythische proporties aan, en wie de schrijfstijl voor lief neemt, vindt in dit boek dan ook een machtige geschiedenis.