Recensie: Tommy Wieringa - Joe Speedboot

15-12-2005 – 16:58

Tommy Wieringa: Joe Speedboot. De Bezige Bij, 316 blz. € 18,90
ISBN:9023414330

Lezen in het dagboek van Frans de Arm

***** (5/5)

Marjolein Tamis

Tommy Wieringa heeft een druk verleden. Hij studeerde Geschiedenis in Groningen en later Journalistiek in Utrecht, Joe Speedboot is al de vierde roman die hij op zijn naam heeft staan en hij heeft met muziek en poëzie geëxperimenteerd. Ook heeft hij een column in Spits! en wordt hij veel gevraagd als podiumspreker bij events. Met zijn laatste roman is hij een andere weg ingeslagen dan in zijn vorige roman Alles over Tristan, die veel serieuzer aandoet met het verhaal over universitair docent Jakob Keller die de biografie van Viktor Tristan schrijft. Joe Speedboot beschrijft een hele andere wereld.

Frans Hermans, een jongen van veertien, heeft een ongeluk gehad waardoor hij in een rolstoel is beland, en alleen nog maar zijn rechterarm kan gebruiken. Praten kan hij niet meer, alleen nog maar schrijven. Dan ontmoet hij Joe Speedboot, een rare maar interessante jongen die de levens van de inwoners van Lomark op hun kop zet. Joe schrikt het hele dorp wakker door dingen op te blazen. Als Fransje door zijn broers alleen wordt gelaten en Joe hem vindt, blaast hij dezelfde nacht de stroomtoevoer van de kermis op als een “prijsbom” om hun ontmoeting te vieren.

Op een nuchtere manier vertelt Fransje over de gebeurtenissen in het dorp en geeft hij er commentaar op. De manier waarop Joe het dorp binnenkomt is al opmerkelijk: de vrachtwagen waarin hij met zijn familie zit rijdt een gebouw in, waardoor Joe’s vader komt te overlijden. Ook is er bijvoorbeeld het verhaal van Mahfouz (Papa Afrika), de Afrikaanse vriend van Joe’s moeder Regina, die een boot bouwt en op de dag van de tewaterlating met zijn feloek wegvaart en nooit meer terugkomt. Frans ‘de Arm’ maakt zelf carrière door te gaan armworstelen, maar breekt uiteindelijk zijn arm tijdens een wedstrijd.

Joe Speedboot zit vol met geweldige beschrijvingen van situaties en gebeurtenissen. Fransje, die het verhaal vertelt, doet dat op zeer inventieve wijze. Zo zegt hij “Hij verdwijnt uit mijn gezichtsveld en ik hoor hem een trap op gaan ergens in het huis, gevolgd door voetstappen boven mijn hoofd. Heeft hij daar zijn werkplaats? Voor die bommen enzo? Speedboots control room?” De kracht van Frans’ fantasie doet hier zijn werk en door dit soort slimme vergelijkingen en gedachtengangen komt zo’n gebeurtenis tot leven.

De humor in het verhaal is ook duidelijk merkbaar. Er ligt niet de hele tijd een domper op het verhaal omdat de hoofdpersoon in een rolstoel zit, integendeel zelfs. Op de bruiloft van PJ en Christof vliegt Joe langs in het zelfgemaakte vliegtuigje, met een spandoek met de woorden ‘hoer van de eeuw’ (als referentie aan wat de schrijver Arthur Metz over PJ schreef) erop. Een situatie zoals deze maakt niet alleen Fransje aan het lachen maar ook de lezer. Tegelijkertijd is er ook een niveau van diepgang in het boek, doordat Frans alles wat hij hoort en ziet aan uitgebreide beschouwingen onderwerpt. Zo komt de lezer niet alleen veel te weten over het leven in Lomark, maar ook over de persoonlijkheid van Fransje en hoe hij denkt over de andere inwoners van Lomark.

Wat vooral verfrissend is aan Joe Speedboot is dat het plot niet meteen duidelijk wordt gemaakt. De ontknoping laat op zich wachten tot de laatste pagina’s. Het is tot het einde niet duidelijk met wie PJ zal eindigen, wat er van Joe zal worden of wat er eigenlijk met het hele dorp Lomark zal gebeuren als de asfaltweg er eenmaal is. Daarnaast komen er door het boek heen ook heel wat verrassingen voor, zoals de vliegpoging van Joe, Engel en Christof in hun zelfgemaakte vliegtuig, die nog lukt ook. Maar nog het meest opmerkelijk is dat Wieringa hier totaal niet probeert te voldoen aan het plaatje dat meestal van gehandicapten wordt geschetst: Fransje heeft doelen in zijn leven, hij is allesbehalve zielig en zijn handicap wordt niet overdreven naar voren geschoven. Deze positieve blik op het leven van een invalide is een verademing bij het lezen.

Wieringa lijkt met Joe Speedboot op het eerste gezicht een luchtige, grappige roman te hebben geschreven. Daaronder liggen echter de levenslessen van een slimme, maar invalide jongen die alles ziet: “Niets ontgaat hem, hij geeft zijn ogen goed de kost.” Hij leert van alles wat hij ziet en hoort, en geeft de lezer het privilege om zijn gedachten te lezen, terwijl PJ het enige personage in het boek is die zijn verhalen te zien krijgt. Dit geeft de lezer een bevoorrechte positie die het lezen nog spannender maakt. Het is net als het lezen van een dagboek met toestemming, en een dagboek zoals dat van Fransje blijft spannend tot het einde.

Post a Comment